Categorie archief: Creativiteit

Laat het oordeel maar aan God over

Streng voor jezelf
Wat kunnen we toch streng zijn over onszelf. Je vindt dat je ongezond hebt gegeten. Of dat je te boos was. Dat je slecht reed in het verkeer. Je oordeelt over jezelf en dat kan een zware last worden.

God willen vermijden
Misschien oordelen we teveel over onszelf, omdat we bang zijn voor een God die ons anders veroordeelt. Dat als we over onszelf oordelen, we niet meer hoeven na te denken over het oordeel van een eventuele God.

Een God weet het beste
Maar dan is het de vraag, wanneer ben je beter af? Als je zelf oordeelt of als een God dat doet? Een God weet wat het beste is. Hij oordeelt en weet wat hij doet, want hij is God.

God wil liefde zien
Wil je weten waar God boos over is, dan is het belangrijk om te weten wie God is. Wat is hij voor persoon? Dan weet je ook waar hij boos over wordt. In de Bijbel staat onder andere dat God liefde is. Dan zal God dus boos zijn als hij géén liefde ziet.

Meer weten over geloof? Kijk op www.ikzoekGod.nl.

Advertenties

Anton en ongeloof

Studenten geloofden vrij weinig. Anton kon zich erover verbazen. Of was het een reflectie voor wat in zijn eigen hart was. Zijn eigen ongeloof?

Ergens was het ook wel iets gelovigs, iets christelijks, ongeloof. Je niet focussen op je eigen geloof, op jezelf, op hoe goed je gelooft. Maar op God. Op Jezus. Geloven in hém. De focus op hem. Zelfs niet de focus op het gelóóf in hem, maar op hem. Best wel mooi.

Maar toch kon hij zich dan nog afvragen, maakt het uit hoeveel geloof ik heb. Wat zou God hiervan vinden? Dat was een mooie vraag.

En vragen. Dat was een mooi middel. Ook in het contact met studenten. Niet gelijk zeggen wat hij geloofde, maar vragen stellen. Studenten zélf laten nadenken. Omdat je ervan uitgaat dat studenten naar het beeld van God zijn gemaakt. Dus ontzettend, óntzettend dom kunnen ze niet zijn. En omdat Jezus ook vragen stelde. En ook zeker omdat hij het zelf erg fijn vond als mensen hem vragen stelden.

Maar goed, dat ongeloof. Dat zag hij bij veel studenten. Maar misschien zag hij het wel vooral, omdat hij het bij zichzelf zag. En dan was de gedachte mooi, dat het zelfs niet om zijn gelóof ging. Want dat was flucturerend, in ieder geval de afgelopen tijd. Dat betekende dat het oké was om te worstelen.

Geloof. Genade.

Definitie van genade: ‘Genade is de in het christelijk geloof gebruikte uitdrukking voor Gods welwillende toewending tot de mens, die haar hoogtepunt bereikt in de verlossing door Christus.’ (bron: Wikipedia)

Rust

Ontspanning. Genieten. Lekker. Brood. Pindakaas. Gods schepping. Pinda’s, olie, zout. Heerlijk. Dank u Heer. U bent mooi. U bent als geen ander.

U bent het broodbeleg wat nog niet bestaat. Dat wat nog bij niemand is opgekomen. Iets compleet anders bent u. Iemand compleet anders bent u.

U bent als de vakantie waar we nog nooit naartoe zijn geweest. Een vakantie die we onszelf niet voor ogen kunnen stellen.

U bent als een persoon die we nog nooit hebben ontmoet. Waar we geen idee van hebben.

U bent als het internet: verrassend, ons tegensprekend, anders.

U bent als de glimlach op het gezicht van een kind.

U bent als hoe u staat beschreven in de Psalmen (songteksten van zangers van vroeger). Zoals:

‘Verheugd was ik toen ik hoorde: ‘Wij gaan naar het huis van de Heer,’ verheugd ben ik nu onze voeten staan binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd, hecht en dicht opeen. Daar komen de stammen samen, de stammen van de Heer,

om Israëls plicht te vervullen, te prijzen de naam van de Heer. Daar zetelt het gerecht, daar troont het huis van David.

Vraag om vrede voor Jeruzalem: ‘Dat rust hebben wie van je houden, dat vrede heerst binnen je muren en rust in je vesting.’

Om mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’ Om het huis van de Heer, onze God, wens ik je al het goede.’

Quote

Eigenlijk gaat dit leven erom dat je leert om zo goed mogelijk om te gaan met teleurstellingen.

Bus

Ik sta in de bus. Er zijn veel mensen. Maar niemand kijkt blij. Iedereen heeft een neutraal gezicht. Behalve één persoon. Hij heeft een geestelijke beperking. Maar hij is ons allemaal een streepje, boogje voor. Ik moet denken aan iets wat Jezus zei: ‘zijn als een kind.’ Dat is een goeie, niet te ernstig leven, geloven als een kind. 🙂

Uit de losse pols

Zomaar even een stukje schrijven. ‘Omdat het kan’ zou een reclame van een telefoonaanbieder zeggen. Een stukje, waarover? Ik moet denken aan het thema ‘leegte’, omdat ik niet op een thema kom. Dan denk ik ook gelijk aan het boek Prediker in de Bijbel. Daar komt het woord ‘leegte’ ook vaak terug. In dit boek staat ergens dat alles leegte is. Dit klinkt verdrietig, maar dat hoeft het niet te zijn. Want als alles leegte is, is die uitspraak het ook. En dan zou er dus toch iets zinnigs kunnen bestaan.

Ik vind zo’n ‘alles-uitspraak’ mooi. Want als je ‘m letterlijk neemt, geef het vrijheid. Ook een uitspraak zoals ‘wij gedogen alles’. Dat is schitterend. Want als iemand alles gedoogt, gedoogt hij ook mensen die niet alles gedogen. Die kan hij niet buiten de deur zetten, want hij gedoogt toch alles?

Nieuw verhaal: Anton de christen (2)

Mijn vader gaf mij de tip om te schrijven. Erg goede tip, bedankt pap! Hier een tweede verhaal over ‘Anton de christen’.

Anton voelde spanning in zijn hele lichaam. Wat mocht hij nou wel. Of een betere, of slechtere vraag, wat mocht hij nou niet. Hij dacht weer aan het thema vrijheid. Wat was dat toch een heerlijk levensthema. Vrijheid. Doen en laten waar je zin in hebt. Het klonk verkeerd, maar hij zag het juist als iets goeds. Vrijheid. Heerlijk. Vrijheid was als een ijsje, met heerlijke bolletjes. Chocolade, vanille, aardbei, banaan. Hup, vier bolletjes dan maar. En vrijheid was om zo lang te doen over het opeten als je wilde. Vrijheid was alleen zijn, of juist samen zijn. Gek doen, of juist lang serieus. Naar de winkel lopen met het idee om een chocoladereep te halen, maar het uiteindelijk niet doen, een ommetje maken en terug thuis televisie kijken. Ook dat was vrijheid.

Heerlijke vrijheid. Zou mooi zijn als reclameslogan. Voor het geloof. Want Anton geloofde dat Jezus vrijheid bood. Ergens in de Bijbel stond: ‘Waar de Geest van de Heer is, is vrijheid.’ En hij was er tot op zekere hoogte zeker van dat die Geest en Jezus op elkaar leken. Zeker genoeg in elk geval.

Anton ervoer ook de vrijheid om zomaar met een ander thema bezig te gaan. Hij was wel even uitgedacht over vrijheid. En die vrijheid had hij, dacht hij lachend. Maar wat dan. Over welk thema zou hij nu na kunnen denken. Of juist iets gaan doen. Meisjes vond hij wel een leuk thema, maar het was ook zo cliché. Cliché, wat betekende dát eigenlijk. Hij zette zijn Wifi aan en zocht in het online woordenboek. Daar stond ‘afgezaagde uitdrukking die iedereen wel kent.’

Hij zocht dus naar een niet afgezaagd thema. Niet afgezaagd. Hij dacht gelijk aan het bos. Door de bomen het bos niet meer zien. Haha, dat is nog eens een afgezaagde uitdrukking, dacht hij. Nadenken over het bos was voor hem ook niet echt verfrissend nu. Wat dan wel, wat was een verfrissend thema om nu over na te denken?

Want hij wilde iets om over na te denken. Hij had op het moment geen zin om iets te gaan doén. Zijn buik zat nog vol met eten, hij zat lekker buiten op het balkon achter een laptop deze tekst te tikken. Hij had een vrije avond, hij hoefde niet te werken.

Vrije avond, daar kwam het thema vrijheid voor hem weer terug. Maar hij had toch nog steeds behoefte aan een ander thema. Het was nu bijna acht uur ’s avonds. Het journaal zou zo beginnen. Hij was niet van plan het te gaan kijken. De zon scheen op het gebouw voor hem, hij zat in de schaduw. Hij kwam er niet uit. Nee, hij kwam er nog niet uit. En toen hij dit laatste dacht, besefte hij zijn thema: hoop. Hoop. Dat je ergens niet uitkomt zou ook kunnen zijn dat je ergens nog niet uitkomt. Dan is er dus (nog) hoop.

Heerlijk. Hoop. Alliteratie heette dat toch, vroeg hij zich maar even af. Hoop dus. Hoopvol zijn. Hopelijk. Op hoop van zegen. Geloof, hoop en liefde. Hopen. Hope, een naam voor een Engelssprekende vrouw. Het kon als heel afgezaagd klinken, hoop, maar ook juist niet. Het was zeker een relevant thema, alleen al als je naar het journaal kijkt (wat hij nu niet deed). Hoop kon het journaal wel gebruiken. Als er een winkel in de binnenstad van zijn woonplaats was met hoop als koopwaar. Nou, dan zou het stormlopen.

Hoop en een storm. Was daar nog een vergelijking tussen te maken. Hij dacht aan een orkaan met in het midden het oog van de storm. Een plek waar het rustig was. Waar de storm niet woedde. Maar dat oog was, hij was dan wel geen meteoroloog, in vergelijking met de rest van de orkaan erg klein. Dus niet bepaald hoopvol. Een oase in een woestijn dacht hij, dat was wel hoopvol. Maar het beeld van de woestijn eromheen was toch iets te mistroostig.

Een horizon, ja, land aan zicht, wanneer je lang hebt zitten varen. De kust is in de buurt. Hoop. #Jezus

Kort fictief verhaal: Anton de christen

Hieronder een kort zelfgeschreven verhaal. Vandaag geschreven. Geniet ervan! 🙂

Hij wilde naar buiten. Nu. Nu meteen. Hij liep zijn huis uit, deed de deur achter zich dicht. Drie sloten, hij maakte maar gebruik van één. Zijn spullen konden hem gestolen worden. De straat door, het was begin van de avond. Geen kip op straat, de meeste gezinnen in de straat waren de maaltijd aan het eten. Hij niet. Hij had al vroeg gegeten, alleen, en wilde nu de hort op. Hij wilde genieten, dat wilde hij.

Zijn huisarts had het hem geadviseerd. ‘Je mag luchtiger leven’ zei ze. Hij maakte het leven te zwaar, zowel zijn werk als privé. Alles moest effectief zijn, efficiënt. Alles moest bijdragen aan het grotere doel. God. Maar de vraag was of God dat wel wilde. Als God God was, zou Hij hem toch niet áltijd nodig hebben. En überhaupt, nodig hebben. Misschien dat God wel iets anders verlangde voor hem dan hem ‘nodig hebben’.

In ieder geval was op dit moment het verheven doel van zijn leven ‘genieten’. Ontspannen, luchtig leven, zien hoe het komt, pluk de avond, niet zo zwaar, neem, eet, geniet. Hij dacht aan een zinsnede uit de Bijbel. ‘Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan.’ Het kwam uit Prediker, het negende hoofdstuk, het zevende vers. Als hij deze tekst moest geloven, en dat wilde hij, was God allang tevreden over hem. Hij vond het moeilijk te slikken, bleef wat kauwen over Gods tevredenheid over hem.

Zou het? Zou God als Hij naar hem keek denken: ‘Wat een lekker ding! Wat een prima vent. Wat een topgozer. Kijk eens aan, die heb ik gemaakt. Wat ben ik daar blij mee!’ Maar als dat zo was, dan zou deze God toch ook ontevreden kunnen zijn over bepaalde zaken? Oneffenheden in zijn uiterlijk, een verslaving, een verkeerde gedachte.

Hij kwam er niet uit. Maar misschien was dat ook wel vanzelfsprekend. Want als God God is, dan was Hij, oeps, sorry God, hij het niet. Het feit dat hij ergens niet over uitkwam, gaf aan dat hij God niet is. Hij is een mens en naast dat hij heel veel kan, kan hij ook dingen niet. Dat was wel een bevrijdende gedachte. Hij dacht: ‘Laat ik God God maar zijn en Anton Anton.’

Zo heette hij dus, Anton. ‘Anton de christen, Anton de enthousiaste gast, Anton de homo (was hij niet), Anton de afwijkende’ waren een aantal mogelijke bijnamen. Zelf vond hij ‘Anton de afwijkende’ het mooist. Hij wilde graag anders zijn, verfrissend zijn, lijkend op die ene man, Jezus. De vraag was wel of ‘anders zijn’ daarvoor nodig was, om op Hem te lijken.

Misschien leek Jezus wel veel meer op andere mensen dan hij tot nu toe dacht. Misschien was Jezus wel precies zoals die vriendelijke vrouw achter de balie van de snackbar. Was Hij precies zoals de stoere, kortgeschoren man die de beugel van de kermisattractie aanduwde. Was Jezus als die verre kennis die zijn Facebookberichten op de voet volgde.

Was Jezus als die actrice die op de rode loper alle tijd nam voor de journalisten. Maar misschien kende hij Jezus ook nog niet goed genoeg. Hij wilde hem graag nog beter leren kennen. ‘Wat zou Jezus doen?’ was een zin die een tijd lang niet meer in zijn gedachten was geweest. Maar dat was eigenlijk een schitterende zin om meer te ontdekken wie Jezus was. Door op momenten te bedenken wat Hij zou doen.

Natuurlijk had Jezus ook een religie gesticht waardoor hij Hem beter kon leren kennen. En waar het volgens deze Jezus nu eigenlijk om ging in het leven. Het eerste wat in hem opkwam, was het thema ‘vrijheid’. Misschien wel omdat hij daar het meeste naar verlangde. Maar hij wist ook dat Jezus erover sprak.

Hij zei ‘Mijn juk is zacht, mijn last is licht.’ Wat een heerlijk thema had die Jezus toch aangesneden in zijn leven: vrijheid. Het werd als een brainstorm in zijn hoofd, in het midden ‘vrijheid’ met een cirkel eromheen. Vervolgens ontstonden er strepen met woorden.

Vrijheid is… Genieten. Blijdschap. Het leven leven. Vrolijk zijn. Ontspannen zijn. Je niet te druk maken. Niet alles hoeft vandaag. Je niet teveel zorgen maken over geld. Of over je uiterlijk. Dingen wat meer laten gebeuren zoals ze komen. Niet altijd maar de controle over alles willen hebben. Dat het niet perfect hoeft te zijn.

O, dat was een goeie. Hij hoefde niet perfect te zijn. Heerlijk.

Nederland zingt dag

Afgelopen zaterdag was de Nederland zingt dag in de Jaarbeurs in Utrecht. Ik was er voor het eerst en niet als bezoeker, maar ik hielp mee als levend standbeeld. Erg leuk om te doen! Er waren zo’n 10.000 mensen en er was een positieve sfeer. Tijdens het pauzeprogramma stonden meerdere levende standbeelden tussen de verschillende stands. Ik beeldde Jezus uit en dan specifiek het ‘Licht der wereld’.

Ik vond het gaaf om Hem uit te beelden en Zijn vriendelijkheid te laten zien aan de mensen. Toen ik op het einde weer van de sokkel kwam, zei ook iemand: ‘je hebt zo’n vriendelijk gezicht.’ Dat was mooi om te horen, zo heb ik Jezus’ liefde en vriendelijkheid uit mogen beelden.

Nederlandzingt 2

Liedjes schrijven

De laatste tijd ben ik niet veel meer bezig met cabaret, maar wel steeds meer met liedjes schrijven. 🙂 Hier een liedje wat gaat over dat je niet perfect hoeft te zijn. 🙂